Regenwoudreis en rijstvelden

Donderdag zijn we om 12.00 uur met de speedboot van Pulau Perhentian kecil vertrokken naar het vaste land. Gelukkig was het weer stukken beter dan tijdens de heenreis, geen 'Perfect Storm'-taferelen dit keer.. Doordat de zee erg rustig was hebben we ook nog  dolfijnen gespot! Dat was wel erg bijzonder. Eenmaal aangekomen op het vaste land zijn we naar Kota Baruh gegaan, van daaruit konden we de volgende dag de vroege 'Jungle-trein' naar 'Taman Negera' nemen. 


'Taman Negera' is een 130 miljoen jaar oud regenwoud dat omgedoopt is tot Nationaal park. Zoals bij de meeste regenwouden,  waren er ook in Taman Negara allerlei verschillende dieren en planten te vinden.  Ook bijzondere dieren zoals Tapirs, katachtigen, wilde olifanten, neushoorns, 'vliegende' eekhoorns en allerlei apen schijnen hier nog te leven. Er wordt geclaimd dat dat het oudste regenwoud ter wereld is, maar hoe ze daar achter zijn gekomen weten we niet.. 


Met een praatgrage spanjaard als reiscompagnon, die al vanaf Pulau Perhentian kecil met ons meereisde, gingen we dus vrijdag vanuit Kota Baruh met de 'Jungle-trein' naar 'Taman Negera'.  De reis was erg mooi, sommige stukken ging je echt door de jungle en we hebben dan ook veel dieren gezien. Zoveel bijzondere dat we de regels van ons spelletje dat we al een tijdje spelen 'wie ziet de meeste 'bijzondere' dieren met puntentelling' soms bij moesten stellen.. Zo hebben we bijvoorbeeld apen, een soort neushoorn vogel, andere tropische mooie vogels en zelfs een olifant gespot! Na de 8 uur durende treinreis kwamen we in Jarantut, van hieruit werden we met een bootje naar 'Taman Negera' gebracht. Tijdens deze bootrit die 3 uur duurde hebben we veel regen gehad, maar wat wil je ook als je tijdens de moesson naar een regenwoud gaat.. Ondanks de regen hebben we toch nog allerlei bijzondere vogels gezien.


Gelukkig hadden we snel een mooi hotel gevonden toen we aankwamen in 'Taman Negera', want tijdens een hevige regenbui op zoek naar een hotel is niet de meest ideale omstandigheid. 's Avonds waren we erg moe van de reis, dus we hebben alleen even gegeten en een rondje door het dorp gelopen. Als je door het dorpje loopt wordt je al omringd door de vreemdste dierengeluiden. De vreemde geluiden die cicaden produceren, die echt als een slijptol klinken, konden we eerst nog wel plaatsen. Maar een ander geluid dat we hoorden wat  eerst vaag klonk als een paar loeiende koeien konden we niet plaatsen. Toen we op onderzoek uitgingen, kwamen we erachter dat het kikkers waren die in plastic buizen zaten te kwaken.  Een erg grappig geluid! De Cicades die als een slijptol klinken zaten ook bij ons op de gang van ons hotel, ze komen namelijk af op het licht. Het geluid dat ze maken, overschrijdt soms echt de pijngrens van je oren! 


Zaterdag hebben we een wandeltocht gemaakt door de jungle. De gids die ons begeleide vertelde ons van alles over wat we tegenkwamen. Daarna hebben we over een canopy-brug gelopen, dat is een brug die tussen de toppen van de hoge junglebomen doorslingerd. Je hebt een erg mooi (en/of eng!) uitzicht en je kunt soms dieren zien die hoog in de bomen leven. De canopy-brug die ze hier hebben is de langste ter wereld. Omdat het weekend was (en een nationale vakantieweek), waren veel locals vrij en werd de canopy druk bezocht. Omdat  het wachten wel 1,5 uur kon duren hebben we besloten om 'snel even' naar een view-point te gaan. Om bij het viewpoint te komen moest je wel een hele zware klim naar boven door de jungle maken. Tijdens deze tocht hebben we ook nog wilde apen gespot.


Na deze tour zijn we met een bootje naar een 'Orang Asli' dorp gegaan, dit is een dorp waar ze nog precies zo leven als vroeger. Nou ja, helemaal als vroeger is het niet, want elke dag komen er hordes toeristen langs. Maar ze leven wel in primitieve hutjes en zonder electriciteit en andere luxe. Ze zien er heel anders uit dan de 'gewone' Maleisier, ze lijken erg veel op 'Papoea's met kroeshaar enzo. We hebben onder andere gezien hoe ze snel een vuurtje maken met behulp van droge palmbladeren en wat hout. Ook liet een van de bewoners ons zien hoe ze jagen met een blaaspijp. In de blaaspijp doen ze pijltjes met gif en daarmee schieten ze op dieren die hoog in de bomen leven. Na de demonstratie mochten we het zelf ook even proberen.


Helaas hadden we niet veel tijd meer in Maleisië en daarom zijn we de volgende dag weer naar Kuala Lumpur gegaan. Daar konden we nog een dagje blijven en daarna moesten we alweer naar Jakarta om daar Ine op te halen. In Kuala Lumpur hebben we niet zoveel gedaan, een beetje gewandeld (en verdwaald.. die verdomde Petronas torens zien er van elke kant hetzelfde uit!) en wat in de binnenstad rond gehangen. Jochem heeft nog geprobeerd een record hooghouden te verbeteren op een podium in een groot winkelcentrum. Hij heeft niet het record kunnen breken, maar zijn 26x met slippers aan was wel een muismatje waard. 


Dinsdag hebben we dus Ine opgehaald nadat we zelf geland waren in Jakarta. We hadden een mooi hotel geregeld zodat we even weer goed konden acclimatiseren. Deze avond zijn we vroeg naar bed gegaan, omdat we alle vier erg moe waren van de reis. Woensdagochtend zijn we al vroeg met de trein vertrokken naar  Bogor. Nadat we een hostel gevonden hadden in Bogor, hebben we een tour geboekt. De tour hield in dat we 3 dagen met 2 engels en zelfs een beetje Nederlands sprekende gidsen met een minibusje door West-Java werden geleid. 

De dag erna begon de tour, we zijn eerst naar Buitenzorg gegaan, de presidentiële botanische tuin. De botanische tuin was heel erg mooi om te zien, we hebben heel veel bijzondere palmen, bloemen en bomen gezien. Het meest bijzondere waren de vliegende honden (grote vleermuizen), die hoog in de bomen hingen. Ze waren echt groot en hadden wel een spanwijdte van een meter! Ook viel er tijdens ons bezoek aan de botanische tuin plotseling een hagedis uit een boom. Die bleef gedesoriënteerd op de grond zitten en pas toen Mark 'm op wou pakken ging hij er rennend vandoor.  

Na de tuin vervolgden we onze tour met een bezoek aan een wajangpoppen-makerij. Dat was wel leuk om te zien hoe ze gemaakt werden. Daarna zijn we naar de rijstvelden gegaan om te zien hoe het proces van het rijst oogsten in z'n werk gaat. Het werk was aardig zwaar, dus Ine heeft ze een handje geholpen. Na het rijst oogsten zijn we met de minibus naar een waterval gereden. Doordat woensdag een nationale feestdag was (en de Indonesiërs dus een lang weekend vrij hebben) is het in Indonesië overal erg druk, niet alleen op de weg, maar ook bij alle bezienswaardigheden. Bij de waterval aangekomen regende het hevig, dus we hebben daar bijna alleen geschuild. Tijdens het schuilen kreeg Charlotte het heel erg druk met allerlei verzoeken van leden van een motorclub, die met haar op de foto wilden. Het bleek uiteindelijk niet 1 foto te worden, ze was wel 10 minuten druk om met iedereen op de foto te gaan.  

Na de fotosessie zijn we naar een afgelegen dorpje gereden hoog in de bergen, waar we naar een bamboe-guesthouse reden. Onderweg werden we constant begroet door blije zwaaiende kindertjes met: 'hello mister!' We hadden gedacht dat Indonesië best toeristisch zou zijn, maar er zijn genoeg plekken waar ze blijkbaar niet zoveel toeristen zien. Bijna overal waar wij naar een bezienswaardigheid reizen, zijn Charlotte, Ine en Jochem de bezienswaardigheid! Ook Mark wordt weleens aangestaard als hij z'n mond open doet, maar vooral de 'Orang putih's' (vertaald mensen wit) zijn hier 'onbekende' exotische wezens. De kleine kinderen kennen niet zoveel engels, dus zelfs Ine en Charlotte worden elke keer begroet met: 'Hello Mister!!'  Om bij het bamboe-geusthouse te komen moesten we steeds smallere, hobbeligere, steilere en slechtere wegen over, wat de reis erg spannend maakte. Er waren zelfs een paar 'Omnamashivaya's (Jochem z'n weesgegroetjes) nodig om veilig bij het guesthouse aan te komen.


Het verblijf in het bamboe-guesthouse was wel erg primitief, maar de ligging en de mooie omgeving maakten het verblijf erg bijzonder. We zaten hoog in de bergen tussen de rijstvelden en hadden zelfs uitzicht op een dampende vulkaan. Die avond hebben we heerlijk gegeten van een echte Indonesische rijsttafel. Het eten op de grond was alleen een beetje ongemakkelijk. 

Vrijdag hebben we de Puncak pas bezocht, waar veel theeplantages zijn. Jammer genoeg was het overal erg druk doordat het nu vakantie is, dus de reis erna toe schoot niet op. Doordat we de hele dag in de warme auto hebben gezeten, waren we 's avonds erg vermoeid. Gelukkig werd onze vermoeidheid beloond met een heerlijk hot-sping bad bij ons guesthouse.


De volgende dag hebben we lekker uitgeslapen en hebben onze tour vervolgd met een bezoek aan de vulkaan 'Gunung Papandayan'. Nog nooit eerder hadden we een vulkaan in het echt gezien dus dat was erg bijzonder. Met een gids zijn we naar de vulkaan gelopen. Onderweg heeft hij ons van alles uitgelegd en ons dingen laten zien. De vorige uitbarsting bleek nog in 2000 te zijn en de resten van wat ooit de parkeerplaats was waren nog een beetje herkenbaar. We hadden gedacht de vulkaan van een afstandje te zien, maar we werden er echt gewoon naar toe gebracht. Het water van het meertje van wat de krater van de vulkaan was, was blauw en lekker warm. Onderweg zagen we plekken waar dampen de grond uit kwamen en overal rook je de zwavel. Het hoogtepunt waren een soort kratertjes waar je het water zag koken midden in de zwavelgele rotsen. Alleen moest je erg oppassen voor de zwaveldampen en de windrichting, want het inademen was echt verschrikkelijk vies, warm, ongezond en het prikt in je ogen. Onze gids liet ons nog even wat van de zwavel proeven, het is echt ontzettend zuur en het tintelt op je tong!Pas toen we terugliepen kregen we weer te maken met de moesson. De gids vertelde ons dat het gevaarlijk was om tijdens hevige regenval daar te zijn, door de erosie als gevolg van de regenval kon je soms te maken krijgen met vallende rotsen. Dat bleek ook wel, tijdens onze wandeling terug naar de parkeerplaats veranderde het pad in een rivier en al snel zag je overal water. Drijfnat maar gelukkig veilig en wel zijn we uiteindelijk bij de auto aangekomen. Na de vulkaan hebben we gegeten bij een Rumah-Makan, een eettentje aan de kant van de weg, Na het eten was onze tour afgelopen en zijn we naar het plaatsje Tasik Malaya gebracht waar we de trein zouden nemen naar Yogjakarta. Na eerst 2 uur in de lobby van een hotel te hebben gewacht, konden we eindelijk bij de 'slaaptrein' aan boord. Ondanks dat de slaaptrein vol zat met slapende mensen, zowel op de bankjes als op de grond, konden wij niet echt slapen. De 5 uur durende rit in de volle, hete en zweterige trein duurde daarom best wel lang. Elke keer als wij de ventilator aanzetten, werd deze weer uit gedaan door de locals, zij hebben het blijkbaar niet warm! Om 4.00 uur 's nachts kwamen we eindelijk aan in Jogyakarta. Gelukkig was er iemand van het hostel wat we geboekt hadden die ons opwachtte, dus we konden gelukkig 'snel' naar bed die avond.




 

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer